Questions; vragen

Waarom moet ik ongelukkig zijn

Waarom mag ik er niet zijn

Why is unhappy the only flavour

Where did my heart go


boyirl:

Jenny Holzer

boyirl:

Jenny Holzer


13-07-2014

De eenzaamheid sluipt in mijn botten en versteent me. Ik blijf stil zitten, want zo hoor ik mijn skelet niet kraken. En wanneer ik opsta breekt er een botje vanbinnen en veroorzaak ik wrijving in mijn lichaam waardoor mijn lendenen opwarmen. Het menselijk lichaam bestaat uit honderden beenderen, waarmee ik nog een tijdje vooruit kan. Ik sta op en beweeg mee met andere mensen, lichamen die ik niet ken. We heffen elkaars vervloeking op en vieren ons samenzijn, hoe kort ook. Mijn sleutelbeen rammelt en mijn ogen rollen in hun kassen. Wij, de levenden, dansen een houterige dodendans.


situatie: ruzie.

hij wil seks. ik zeg nee. hij is gehumeurd. ik ben boos en bang.
ik: snap je niet waarom ik geen seks wil wanneer ik me onveilig voel.
hij: maar ik vind dat in een relatie je seks met elkaar moet kunnen hebben na een ruzie, want seks is als je excuses aanbieden. en ik zal altijd ingaan op seks omdat ik mijn partner wil en het voelt goed om gewild te worden.
ik:
ik: maar jij bent een man, jij hebt altijd een seksdrive
hij: ja ja ja.
ik: en ik vind niet dat seks als excuses werkt. Dan ben ik een soort prostituee.
hij: we hebben hier misschien een heel verschillende mening over. *gaat slapen*

22-05-2013. Toestemming

Als je zo onzeker bent dat je zeker weet dat je uit elkaar valt als iemand je hard aanpakt, met harde stem spreekt, een boze blik, een minachtende mond. Als je zo bang bent en zo paraat voor geweld. Ze zullen je proberen te verwonden, je zo hard mogelijk te raken, tot je de pijn voelt in je botten en de modder in je gezicht en je niet meer wil ademen en je alleen nog wil dat het over is. Je bent klaar voor de aanval, klaar voor het geweld, klaar voor de dood. Je zult je niet zomaar gewonnen geven. Dat al niet meer. Je zult ze meesleuren in je val. 

En dan… een aanraking. Een zachte hand, een harde hand. Het maakt niet uit, je voelt wat hij wil. Je beweegt met zijn lichaam en zijn handen, je zoekt huid met handen, lippen met huid, haar. Hij wiegt je smalle lichaam, en je bent het niet vergeten, integendeel, je bent je zo bewust van de haat, de blinde vuist, de angst, het bloed. Je wiegt en wiegt. Hij wil je, hij zal je pijn doen, maar uit liefde, uit lust, blinde wil, en je zult het niet afwijzen, nooit. Wat een kracht zit er achter haat en lust, en hoe misleidend is dit gevoel van veiligheid: hij houdt van me, hij zal me verslinden maar ik ben veilig, tenminste voor nu, ik denk niet meer na, ik slik de twijfel weg, ik laat hem doen wat hij wil, wat ze allemaal willen, en hij is lief, warm, zwaar: ik ben ver weg, op een ander eiland, een andere zee, een andere dimensie.
En elke andere nacht ga ik naar hem toe als een mot op het licht, ik laat me verbranden in zijn omhelzing, en elke keer brand ik verder weg, en de angst komt terug, vreet me op, en de verwijdering treedt in. Een monnik breekt de bloemstelen. Ik wilde het toch, ik ga toch zelf, ik vind het toch lekker, ik ben toch een slechte vrouw, ik vind alles goed, het betekent niets, ik heb niet meer gehuild sinds mijn zestiende en wat betekenen tranen überhaupt. Hoe is dit ook uit te leggen, ik heb toch niets te zeggen, praten doe ik al niet meer sinds mijn twaalfde, of als je met praten niets zeggen bedoelt, ik zeg vaak niets, dank, alles goed.
En in waakhouding en met wijd open ogen wacht ik tot hij klaar met me is, omdat ik te gewillig ben, hij me te vaak geneukt heeft, er is geen verrassing meer, geen uitdaging, ze komt toch uit zichzelf, en ze heeft ook niets te melden. Een lieve jongen is het, of een man, want jongens blijven ze toch, we hadden het leuk samen en het betekende niets. En wat ik ben ik? Een vrouw of een meisje? Wie beheert mijn agenda? Wie geeft me toestemming? Wat betekent dit?


27-01-2014

In mijn hoofd groeien dode bloemen.

Wat er gebeurd is weet ik niet.

Ik heb een verre herinnering aan

Hoe de stelen sterk en recht waren

En de knoppen zich richtten naar het zonlicht in mijn hart.


01-04-2014

I don’t know how to say this but I miss you

I know it should be said to you
maybe I am not the right person to say it

You are missed
And you are loved

I don’t know what happened to you
But shit happens to the unfortunate
Who are too often the kindest

I write poems when prose doesn’t suffice
When reality is unintelligible
And I feel my mind exploding with questions that don’t need answers

I saw you and I saw a beautiful human
I don’t often see kindness lightening someone from the inside but I saw it with you
And it makes me so soft and warm
It’s such a rare trait
I’m a bit like a mosquito, attracted to your light, but knowing that I would burn

It frightens me to see you dancing with your eyes closed
It scares me to see you and think you’re falling
Because I, too, am addicted to the feeling of freefall

They say sometimes insanity comes with creativity, I’d say
it also comes with infinite (com)passion
I recognize you
and that scares me

forgive me, for acting so strange and careless around you.

Ik weet niet wat je is overkomen,
Maar ik herken de krassen op je ziel.


27-01-2014

Als je niet thuis bent is het je om het even

Of de kasten verstoffen en het brood zachtjes beschimmelt

Of de muizen op tafel dansen, of de kat van huis is

Zelfs de inbreker die twijfelend zijn hand op de deurklink legt zou je welkom willen heten

Je bent immers niet thuis, en je weet dat je niet meer thuis zal komen

Niet meer het huis zal terugvinden dat zich bevindt in je herinneringen


12-07-2014

Wanneer je maar lang genoeg in een kamer zit met een monster met ontblote tanden

Ga je normaal ademen

Gaat je hartslag naar beneden

Concentreer je je op krantenartikelen, de t.v., wat is er nieuw op het internet

En je sluit je succesvol af

Voor de angst die nog steeds in je longen schuilt

En je maag

En elk moment je keel kan dichtknijpen

Je voelt het monster naast je trillen van opwinding, het kijkt je zijdelings aan met het schuim op de hagedislippen.

Tranen lopen over zijn wangen

Je weet wat hij lispelt, binnensmonds maar goed hoorbaar in de stille kamer.

“Dat ik op mijn tong bijt, dat mijn tandvlees bloedt, dat ik ondraaglijke hoofdpijn heb, dat komt door jou.”

Hij doet geen poging om zijn neus te snuiten, het monster met hoofdpijn.

Je kijkt naar je schoot. Je handen zijn geschubde klauwen. Je hoeft maar lang genoeg in een kamer te zitten of je krijgt hoofdpijn, zo erg dat je spontaan zult huilen. En je dagelijks brood, je krantenartikelen, je t.v. programma’s , je favoriete websites, ze doen je normaal ademen, je hartslag gaat naar beneden, en je keel knijpt langzaam, dicht.